Zoals sommigen van jullie weten ben ik al een tijdje bezig met het schrijven van een boek. En dat loopt anders dan verwacht.

Ik heb altijd het gevoel dat ik mijn boek al sinds mijn achtste in mijn hoofd heb zitten. Er staan hele passages in die pas na die leeftijd zijn voorgevallen, maar toch, de kern, de ziel, het wezen van het boek zaten volgens mij al in me toen ik acht was. En ik had ook altijd het gevoel dat als ik het zou gaan schrijven dat het dan hop flop, zo op papier zou staan.

Zo ging het niet. Maar hoe het wel ging snap ik nu pas.

Toen ik een paar jaar geleden begon, ging ik al vrij snel naar een schrijfcoach met wie ik samen een boekplan maakte om naar uitgeverijen te sturen. Het was een superleuk proces, het klikte goed en ze gaf mooi commentaar op mijn teksten. En toch.. Ik merkte dat ik teveel bezig was met wat die uitgever ervan zou vinden. Hoe het zou móeten zijn. Hoe het zou horen. Wat de lezers fijn zouden vinden. En voor een groot deel kon ik daar ook achter staan, maar voor een ander deel ook helemaal niet. Want er miste een stuk van mijn hart.

Als ik iets schreef over het klimaat, werd het een klimaatboek. Maar ik wil daar juist graag iets over zeggen. Als ik het persoonlijk maakte, paste dat niet bij een boek over gespreksvoering. Maar ik wil ook helemaal geen boek over gespreksvoering schrijven. Ik schrijf een persoonlijk boek. (en gespreksbevrijding is persoonlijk, gaat over persoonlijke gesprekken, dus hoe is hemelsnaam kan ik dan niet persoonlijk zijn). En toch ging ik er best wel in mee. Ik kwam tot een plan wat eigenlijk een soort omschrijving van mijn opleiding werd en dat was mooi, maar niet wat ik bedoelde.

Ik was, hoewel onderweg vaak erg enthousiast, toch van mezelf weggeraakt. Iets wat mij heel vaak overkomt. Dan vraag ik iemand iets en dan zegt iemand wat terug. En dat klopt eigenlijk niet helemáal met wat ik bedoel. Maar het scheert er wel rakelings langs. Dan overkomt het me vaak dat ik me helemaal mee laat slepen, tot ik er dan tijden later achter kom dat het niet was wat ík bedoelde.

Maar er was ook nog iets anders aan de hand.

Inmiddels heb ik het schrijven weer opgepakt. Ik heb een cheerleader, die meeleest, mij ontzettend goed begrijpt, me complimenten geeft en steeds precies hoort wat ik heb opgeschreven. En tijdens mijn proces met haar, waardoor ik het schrijven stukken leuker ben gaan vinden, is me nog iets opgevallen.

Ik moet zelf dat boek schrijven.

Beetje vreemd misschien, natuurlijk moet ik dat, maar toch. Ik dacht altijd dat het zo op papier zou staan. En ik denk eigenlijk dat ik, toen ik die schrijfcoach nam, de verantwoordelijkheid bij haar neerlegde. Dat ik het te spannend vond om het zelf te doen. Te proberen, te pielen, te falen, te slagen.

Het valt me nu steeds op. Ik zal het zelf moeten schrijven. Anders klopt het namelijk niet.

En dat is heel spannend, heel leuk en heel inspirerend tegelijk. Ik schrijf mijn boek. Mijn verhaal. Mijn visie. Want die heb ik, kom ik achter. Al sinds dat ik acht was.

Hoe lang het gaat duren daar doe ik geen uitspraken meer over. Maar ik ben er wel mee bezig. Ik schrijf. Ik uit me. Ik huil. Ik lach. Ik ervaar. En ik leef. En of dat boek er nou ooit komt of niet. Dit was volgens mij de bedoeling ervan.

Meld je aan voor mijn wekelijkse column

Je ontvangt dan als eerste mijn nieuwste columns én blijft op de hoogte van mijn trainingen, workshops en de opleiding tot gespreksbevrijder. Leuk als je je aansluit. Je bent van harte welkom.